
Moties
Maandag kwamen de synodalen na het ontbijt in hun commissiegroepen bijeen voor bijbelstudie en vervolgens voor de samenstelling van hun commissies. Zo hebben zij hun voorzitters en rapporteurs aangewezen.
Daarnaast stond vooral de behandeling van een aantal moties op de agenda. ’s Ochtends werd begonnen met motie 5, waarin de toetreding van de Broedergemeente tot het reddingsverbond United4Rescue wordt aanbevolen. Dit verbond is onder andere opgericht door de Evangelische Kerk in Duitsland om een einde te maken aan het sterven van vluchtelingen in de Middellandse Zee. Tijdens de discussie kwamen nog enkele openstaande vragen naar voren, met name over onduidelijke formuleringen in de schriftelijke toelichting. De motie werd voor verdere bespreking doorverwezen naar een commissie.
Ook motie 20 werd besproken. Deze heeft tot doel dat de Broedergemeenschap een oproep tot een verbod op kernwapens van het initiatief „ICAN Duitsland“ ondertekent. ICAN zet zich in voor een kernwapenvrije wereld en heeft daarvoor in 2017 de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen. Tijdens het debat kwam opnieuw de bijzondere situatie van de Europese vastelandsprovincie met haar acht lidstaten naar voren. De commissie die met de verdere behandeling was belast, kreeg dan ook de opdracht om ook rekening te houden met de situatie van onze kleinere regio’s in de provincie, waarvan sommige in de directe nabijheid van kernmachten liggen.
Een ander voorstel, dat voortkomt uit het verlangen naar vrede, verzoekt het bestuur om het lidmaatschap van de Broedergemeente in het oecumenische netwerk Church and Peace (voorstel 21). Deze organisatie, die voornamelijk wordt gekenmerkt door zogenaamde vredeskerken zoals de mennonieten en de quakers, is de laatste tijd steeds sterker verbonden met de Broedergemeente. Zo hebben afgevaardigden van de EBU de afgelopen twee jaar deelgenomen aan de Europese algemene vergaderingen; in 2025 vond deze zelfs plaats in Herrnhut. In de plenaire vergadering waren er geen vragen of opmerkingen, en daarom zal het voorstel nu verder worden besproken in een commissie.
Er ontstond daarentegen wel een langdurige discussie na de presentatie van motie 10, getiteld „Aandacht voor werknemers van bedrijven van de EBU“. Aan de motie ligt de wens ten grondslag dat de medewerkers in die bedrijven waarin de Broedergemeente aandelen bezit, de belangstelling en waardering van de Broedergemeente voelen. Bij de indiening van de motie werd duidelijk gesteld dat er nu al sprake is van een goede werkcultuur in de bedrijven. Toch zou een grotere inspanning van de hele kerk wenselijk zijn. In het beste geval zou hierdoor ook de belangstelling van de werknemers voor de Broedergemeenschap kunnen worden gewekt. In de kleinere kring van een commissie zal hier nu verder over worden nagedacht.
Ook motie 18 streeft naar een bredere uitwisseling. In afwijking van de gebruikelijke gang van zaken heeft deze motie, ingediend door het synodebestuur samen met de bisschoppen en de voorzitter van de intersynodale benoemingscommissie, geen besluit tot doel. Veeleer wil zij de dialoog onder de synodalen stimuleren. Concreet gespreksonderwerp is het „personeelstekort”, vooral op het gebied van het gemeentewerk. Dat in de motie deze alarmerende term wordt gebruikt, lijkt niet overdreven. Uit modellen voor personeelsontwikkeling komt het sombere beeld naar voren dat er over vijftien jaar nog maar een handvol theologisch volledig opgeleide personen beschikbaar zullen zijn voor de parochiedienst of voor functies in het bestuur – tenzij er passende tegenmaatregelen worden genomen. Het vinden van dergelijke maatregelen is de bedoeling van de motie, die in de commissie verder zal worden uitgewerkt.
Ook motie 3 van de zogenaamde „Duitse Conferentie“ richt zich op toekomst- en structuurkwesties. Daarin wordt verzocht om het reeds begonnen werk aan het ruimemodel voor de regio Duitsland te mogen voortzetten. Daarin is een al langer nagestreefd idee geïntegreerd van een structuur met „sterke centra, inspirerende evenementen en een verbindend netwerk“. De indeling van de Broedergemeenten in Duitsland in vier geografische regio’s bevindt zich al in de proeffase. In alle vier de windrichtingen hebben gemeenten zich verenigd voor samenwerkingsverbanden en ontmoetingsmogelijkheden. De verdere plannen zullen ook op de synode aan bod komen, bijvoorbeeld in een synodeforum morgen, dinsdag. Daarnaast is het voorstel echter doorverwezen naar een commissie.
Inclusieve kerk
In de loop van de avond werden verschillende moties ingediend die betrekking hadden op diversiteit en veelzijdigheid, met name wat betreft genderidentiteiten en seksuele geaardheid. Als goed advies voor respectvolle en liefdevolle gesprekken citeerde het synodebestuur de apostel Paulus: „Laten wij oprecht zijn in de liefde en in alle opzichten groeien naar Hem toe, die het Hoofd is, Christus“ (Efeziërs 4:15). De synodalen leken inderdaad door deze maatstaf geleid – de uitwisseling over de verschillende moties was altijd respectvol van toon en gekenmerkt door begrip voor verschillende standpunten en afwijkende bijbelinterpretaties.
Het begon met motie 8, die een bijzonder gespreksformaat voor de gemeenten in Duitsland wil invoeren. Onder de naam „Heilige Diversiteit“ komt in Nederland een beperkt aantal kerkleden bijeen voor gespreksrondes in hun gemeenten. Daar gaan ze in gesprek met queer mensen en leren ze iets over hen, ook en vooral met betrekking tot hun genderidentiteit of seksualiteit. Twee gemeenten in Nederland maken gebruik van dit aanbod. Een soortgelijk concept is al met succes uitgevoerd in de Noord-Amerikaanse Noordprovincie. Uit de discussie tijdens de synode bleek echter dat sommigen de behoefte hieraan in hun eigen gemeenten helemaal niet zien.
Ook vanuit de gelederen van de EBU-jeugd werd een motie ingediend. Motie 6 heeft tot doel mensen van alle genderidentiteiten een veilige plek in onze kerk te bieden. Daartoe behoort dat medewerkers van de kerk, vooral degenen in leidinggevende functies, via bijscholingen tot een beter begrip van queer mensen komen. Bij de toelichting op de motie werd uitgelegd dat de tekst gebaseerd was op een zeer vergelijkbare motie, die al op een synode van de Noord-Amerikaanse Noordprovincie was aangenomen.
Motie 23 („Terugkeer naar de maatstaf van het Woord van God“) was wellicht de motie waarover vooraf het meest werd gesproken. Op de synode kreeg deze motie nipt het benodigde aantal stemmen, wat een open uitwisseling hierover mogelijk maakte. Sommige sprekers klonken bezorgd vanwege de discriminatie die zij waarnamen in de gebruikte bewoordingen. Verschillende leden van de synode gaven aan dat zij in de aanloop naar de synode vanuit verschillende hoeken op de motie waren aangesproken. Leden zouden zich met betrekking tot de moties over gendergelijkheid de vraag hebben gesteld of dit nog wel hun kerk was. Herhaaldelijk werd de noodzaak benadrukt om met elkaar een eerlijke dialoog aan te gaan. Toch spraken sommigen hun bezorgdheid uit, omdat zij bepaalde elementen uit de motie beschouwen als een schending van de Nederlandse grondwet.
Nadat een motie van orde om onmiddellijk te stemmen nipt was verworpen, stemde de synode met een ruime meerderheid, bij een aantal tegenstemmen en enkele onthoudingen, voor verwijzing naar commissie 1, die zich bezighoudt met getuigenis en dienstbaarheid en waarin ook de moties 8, 6, 7 en 9 worden behandeld, die eveneens betrekking hebben op kwesties van seksualiteit en genderidentiteit.
Motie 7 wil waarborgen dat dergelijke kwesties van seksualiteit en genderidentiteit bij eventuele wijdingen op geen enkele wijze tot benadeling mogen leiden. Zoals tijdens de discussie duidelijk werd, zou een dergelijke ongelijke behandeling wettelijk verboden zijn. De indieners wijzen er echter op dat er in het recente verleden gevallen zijn geweest waarin potentiële predikanten werd aangeraden om zich beroepsmatig anders te oriënteren. Om deze reden achten de indieners een uitdrukkelijk besluit noodzakelijk. Erdmute Frank stelde namens de directie immers vast dat seksuele geaardheid voor hen bij vacatures van ondergeschikt belang is.
Om mensen met verschillende seksuele geaardheden en genderidentiteiten duidelijk te laten zien dat zij niet alleen worden meegerekend, maar ook daadwerkelijk worden aangesproken, wordt in motie 9 gevraagd om bij een eventuele herziening van het missiedocument de definitie van diversiteit uit te breiden. Tijdens de bespreking van de motie werd een kerkrechtelijk probleem genoemd: het missiedocument is namelijk door de synode vastgesteld en kan om die reden vermoedelijk ook alleen door de synode zelf worden herzien. De motie richt zich echter tot de directie met deze opdracht. Ook hierover wordt nu verder gesproken in de commissie.
Als laatste kwam vandaag motie 22 ter sprake. Daarin wordt opgeroepen om in officiële brieven, reglementen en andere publicaties genderneutraal en inclusief taalgebruik te hanteren. Het doel hierachter is, volgens de toelichting, dat werkelijk iedereen zich welkom voelt in onze kerk. Natuurlijk verandert taal niet alles, maar het maakt wel duidelijk wie wij als kerk voor ogen hebben. De indieners willen uitdrukkelijk niet voorschrijven hoe mensen moeten spreken of hoe ze zich in de privésfeer moeten uitdrukken; het gaat ook niet om een fanatieke correctheid bij elke uitspraak. Belangrijk is veeleer de principiële inspanning om alle mensen in het oog te houden en hen ook dienovereenkomstig aan te spreken. De komende dagen zal commissie 5 zich nader over de motie buigen.
[Het dagboek over maandag, die nog veel meer te bieden had dan alleen de behandeling van moties, wordt binnenkort aangevuld.]